Kerken kijken in Denemarken

Rijdend met je sleurhut zie je overal in het landschap van Friesland, Duitsland en Denemarken kerktorens die je voortdurend herinneren aan Gods aanwezigheid.

In Denemarken zijn weinig katholieke kerken te vinden, want de Denen zijn voor meer dan 90 % protestant. Daar waar ik soms in Duitsland, Frankrijk of Engeland bij gebrek aan katholieke kerken protestantse diensten bijwoon, omdat ik redelijk goed Duits en Engels versta en Frans nog enigszins te volgen is, heeft dat in Denemarken weinig zin. Als je de vertrouwde katholieke liturgie in het Deens leest, begrijp je enigszins waar het over gaat. Zodra een Deen gaat zeggen wat jij net gelezen hebt, versta je er bijna niets van.

Op de Deense eilanden waar we drie weken kampeerden hebben we veel kerken bezocht. Dat gaat heel makkelijk, want ik ben daar nog geen kerk tegengekomen waarvan de deur overdag gesloten was: "The door is always open wide".  En zo hoort dat eigenlijk ook te zijn.

De kerken die meestal witgeschilderd zijn, liggen middenin zorgvuldig onderhouden begraafplaatsen die de bezoeker een rustgevend gevoel geven. De stilte is er bijna tastbaar en je ontkomt er niet aan even tijd te nemen voor een ontmoeting met God. Bovendien zijn veel kerken het bezichtigen meer dan waard omdat er fraaie kunstwerken hangen zoals scheepsmodellen en schilderijen met bijbelse thema’s. 

Mijn familie is er intussen aan gewend, maar als ik een vreemde kerk bezoek, probeer ik altijd toestemming te vragen om een lied te mogen zingen. Kerkgebouwen gaan pas echt leven als er gezongen wordt. Met enkele harde handklappen op verschillende plaatsen in de kerk beproef ik grof de akoestiek en bepaal de meest geschikte plaats om te zingen. Behalve in de Sint Pieter in Rome heb ik altijd mogen zingen. Soms heb ik zelfs lopend in de kerk de Engelenmis of het credo gezongen om te ervaren hoe het klinkt als monniken zingend in processie door de kerk lopen. Ik heb daar altijd leuke reacties op gehad en soms een verzoek om nog een lied te zingen op een andere plek. Deze vakantie was het vanwege de uitzonderlijk goede akoestiek een voorrecht te mogen zingen in enkele kapellen die door het Deense hof regelmatig bezocht worden.  Bij het zien van een kerk op een klifrand waar op 100 meter diepte zichtbaar een verpletterd priesterkoor lag, was mijn eerste gedachte: ”Gelukkig, het zangkoor is gespaard gebleven en staat nog overeind.”

Omdat vanwege het taalprobleem deelnemen aan niet-katholieke diensten niet erg zinvol was, las ik iedere zondag enkele hoofdstukken uit de boeken van Nico ter Linden die schrijft op een manier over het Oude Testament waar ik veel genoegen aan beleef en veel van opsteek. Ook ben ik begonnen een verslag te maken van mijn bedevaart naar Lourdes  waarvan in de maand oktober hopelijk iets op de website te lezen is.

Als je in Denemarken vraagt waar en wanneer er een katholieke dienst is, begint iedereen verbaasd te kijken. Nergens kreeg ik een bruikbaar antwoord anders dan:”Er zijn katholieken hier, maar die kerken staan soms meer dan 30 km ver weg.”

Wat schetst mijn verbazing toen we op de camping bij Hilleröd hoorden dat er op 500 m afstand een katholieke kerk stond. Eigenlijk was het een verbouwd huis zonder kerktoren. 

Onmiddellijk sprong ik op de fiets en reed er naar toe om zondag niet te lang te hoeven zoeken. "Hebbes" dacht ik, toen ik op de zijkant van een groot huis las:

"Godskontor". Naderbij gekomen zag ik een wit bord met rode rand en het getal 20 erop. "Mogen er niet meer dan 20 gelovigen tegelijk in", dacht ik nog, maar ik begon al te twijfelen. Het bleek een goederenmagazijn te zijn. Achter het magazijn zag ik zowaar een klokkenstoel van 6 meter hoog met een herkenbare kerkklok erin. Op

de zijkant van dat huis las ik Katolik Kirchecentrum. Nergens was er te lezen hoe laat de misviering op zondag zou zijn. Achter een raampje zag ik een adres met het nummer van een paar huizen verderop. Ten einde raad belde ik daar aan en een kleine vrouw op leeftijd deed open. Het bleek een Nederlandse zuster te zijn, die geboren was in Werkhoven te Utrecht. Ik heb Peter Werkhoven gelijk een kaartje gestuurd omdat je zoiets gewoon niet kunt verzinnen.

Zondag om half 11 was er de dienst en omdat het 15 augustus was, werd Maria Hemelvaart gevierd. De kerk was goed gevuld met zo'n 150 mensen: Denen, asielzoekers en enkele Duitse toeristen. Hoewel er dit jaar uitzonderlijk veel in campers rondreden, ontbraken de Italianen, maar gezien hun taalprobleem kon ik me dat wel voorstellen. De voorgaande wat oudere priester bleek een warm mens te zijn die vriendelijkheid uitstraalde en de talrijke jonge kinderen wist te boeien. De liturgie leek veel op de Nederlandse en was goed te volgen. De melodie van de gemeenschappelijk gezongen liederen was mij bekend en ik zong op mijn manier de Deense tekst uit een boekje mee. Het onze vader baden de Denen, enkele asielzoekers, Duitsers en ik tegelijk in de eigen moedertaal op verzoek van de priester mee. Samen zo de maaltijd des Heren te vieren gaf mij een goed gevoel.

Op het eind van de viering na de zegen sprak de priester die ik voor de dienst al even ontmoet had veel mensen in het bijzonder toe, ook in het Duits, Engels en Vietnamees. Tot mijn verrassing vroeg hij mij ter gelegenheid van Maria Hemelvaart een lied te zingen. Ik koos het Ave Maria van Gounod omdat ik toevallig goed bij stem was. De akoestiek was in het lage zaaltje eigenlijk ongeschikt, maar de reacties van de mensen waren hartverwarmend. Fijn als je dit mag en kan doen. Tijdens het koffiedrinken, want sommige mensen kwamen van 30 km ver om de mis te vieren, hebben we vreselijk met elkaar gelachen en nog wat gezongen.

Toen ik weg fietste, dacht ik bij mezelf, terwijl ik werd uitgezwaaid door een groepje asielzoekers: 

 “Gods kerk kom je overal tegen”.                   

  Sjaak Stegers.