Meditatief Moment

Vastentijd - gedicht

 
Veertigdagentijd als vasten genoemd in de traditie
Een tijd van overwegen en bezinnen van onze eigen conditie
Een tijd van bedenken hoe het de Joodse mensen afging in de woestijn.
Hoe Jezus als mensenzoon er bij aanwezig moest zijn
Deels was het zijn eigen keuze, te moeten lijden als zondaar
Hij wilde het lot voor ons mensen begaan
Voor de minstbedeelden en armen bleef hij staan
Niet Hij liet zich verleiden, maak van die stenen brood
Spring van de tempelmuur en engelen beschermen je toch voor de dood.
Nee Hij ging er niet op in en wilde zich er niet aan storen
Hij liet zich door satan niet bekoren.
Nee, Hij streefde niet naar aardse roem en macht
Beriep zich steeds op de Hemelse Vader die op hem wacht.
Zo geeft Hij ons de opdracht hier en laat ons weten
Dat het goed is om ons te beroepen op ons eigen geweten
Hier en daar eens te bezien
Of het ook nog anders, beter kan misschien.
Daarvoor is de vastentijd een bezinnende tijd, om te bedenken
Hoe wij anderen vreugde en plezier kunnen schenken.
Niet door over ons eigen ik te blazen of te willen vertellen
Nee, gewoon door aandacht aan de ander te stellen.
Laat ons zo beginnen aan de veertigdagen
En God de Vader om genade vragen
 
 
Frans Maseland, 3 maart 2007

           

Het Woord

 

In de vloedgolf van woorden

hoop je toch op een woord

dat niet wegebt.                                   

 

die ons verdoven

hoop je toch op een toon

die niet wegsterft.

 

In de massa van mensen

die ons omringen

hoop je toch op een mens

die niet verdwijnt.

 

Er moeten toch woorden zijn

die iets zeggen.

Er moeten toch klanken zijn

die waarheid blijven.

Er moet toch een mens zijn

die is wat hij zeg

               

40 dagen tijd 2003: 19 maart 2003

Lieve mensen;

De schriftlezing begint met de woorden “Toen sprak God al de woorden die hier volgen:Ik ben de Heer uw God die u heeft weggeleid uit Egypte, het slavenhuis”. Inderdaad God heeft zijn volk weggeleid, bevrijd vind ik trouwens een woord dat beter past. Maar God geleid eerst zijn volk, Hij doet dit in éénvoudige tekenen, die makkelijk zichtbaar zijn, en dus niet moeilijk te volgen zijn. Overdag gaat God het volk voor in een wolk, en s’nachts in een vuurzuil. Duidelijker kan het niet, maar God wil meer zijn als een geleider waar je blind achter aan loopt, achteraan loopt zonder zelf bij na te denken.
God wil veel meer een bevrijder zijn, dan een geleider. En in al Zijn grootheid bedenkt God 10 leefregels, geen wetten, maar regels, richtingaanwijzers die net zo makkelijk zijn te volgen als die wolk en vuurkolom. Deze 10 woorden, deze 10 richtingwijzers,daar is niets op aan te merken, er is geen speld tussen te krijgen. Ze zijn zo geniaal dat een mens ze nooit heeft kennen bedenken. Wij mensen hadden bij het opstellen van die regels veel meer toegevoegd, uitsluitingen bepaalt en uitzonderingen opgeschreven. De woorden, als, maar en misschien zouden we veel meer gebruikt hebben. Neem nu b.v. het gebod, u zult niet stelen, wij met zijn allen hadden daar veel meer achter bedacht. Zoals, u zult niet stelen, maar als het al van jou gestolen is mag je het terug stelen. U zult niet stelen, maar als je geen inkomsten hebt mag je wel een brood stelen. U zult niet stelen,maar wanneer je fiets voor de 4e keer gestolen is binnen het jaar, is het misschien niet verkeerd om er een terug te stelen.
Als God net zo onduidelijk is als wij, komt er niets terecht van geleiden, laat staan van bevrijden. Wanner God spreekt, spreekt Hij met duidelijke taal. God speelt geen spelletjes met ons, Zijn bedoelingen met ons zijn intens, zijn eerlijk, rechtdoor zee. God spreekt ons direct aan met deze 10 woorden, persoonlijk, en niet als groep, om te voorkomen dat wij als het ons uitkomt
ons verschuilen achter de groep, door b.v. te zeggen, zij steelt dus waarom ik niet. Nee, zo werkt het niet bij God, God spreekt een ieder van ons persoonlijk aan, ongeacht of hij of zij nu op of voor het altaar staat, God wil zijn woord in een ieder van ons laten doorklinken, we hebben het zelf al eerder gezongen, en met die woorden wil ik hier eindigen.
Wie Gods woord wil waardig zijn zal tot leven komen. Hij wordt een bron in de woestijn, eeuwig zal hij stromen.

Amen.
Peter Appel.

40 dagen tijd 2003: 26 maart 2003:

Efesiërs 2, 4-10
De lezing van vandaag waarschuwt ons voor genoegzaamheid. Nadat we vorige week in de lezing gehoord hebben, hoe ons de tien geboden zijn gegeven, zou de gedachte kunnen postvatten, dat we vanzelf kunnen binnenlopen, door deze geboden slechts in acht te nemen.
Zo kennen we het verhaal van de rijke jongeling, die bij Jezus komt en zegt: wat moet ik doen om uw volgeling te worden, want de geboden volg ik al en van mijn overvloedige bezittingen geef ik een gedeelte weg. Jezus vraagt echter meer. Jezus vraagt eigenlijk totale inzet en overgave. En de jongeling haakt af.

Er ligt nog een tweede gevaar op de loer met die geboden en met de Joodse torah en dat is de opvatting dat je met die wet in de hand en door die wet te volbrengen bij God je rechtvaardiging kunt afdwingen. Ja opeisen. Dat als je die wet volbrengt, je een goed mens bent en mag zeggen: God ik dank u uit het diepste van mijn hart, dat ik niet ben als die ander, die zondaar.
En dat je denkt, dat je tegen God kunt zeggen op de dag van rekenschap: Zo God, laat me nu maar gauw even binnen. Je denkt dan, dat je rechtvaardiging in eigen hand hebt.
Dat was ten diepste de intrinsieke fout van het Farizeïsme, dat overigens voor het overgrote deel bestond uit eerlijke mensen, die God zochten en wilden dienen.

De lezing van vandaag zegt nu, dat je je redding dankt aan het geloof en dat je dat niet te danken hebt aan je zelf. Het is Gods gave, we danken het niet aan onze prestaties.

Eigenlijk wordt in deze brief, die waarschijnlijk door een leerling van Paulus geschreven is, het thema overgenomen en verder uitgewerkt van de brief aan de Romeinen.
Paulus leert daar, dat het niet de wet is die rechtvaardigt, maar het geloof. Hij noemt daarbij als het grote voorbeeld, de aartsvader Abraham en zegt: Abraham heeft geloofd en dat werd hem als rechtvaardiging aangerekend. Hij merkt fijntjes op: dat was vóór de wet.

We hebben in de eerste meditatieviering gehoord, hoe Abraham met Isaak de berg opging, om zijn schijnbare en enige hoop op toekomst aan de Heer af te staan. Abraham heeft geloofd. Tegen de verdrukking in. Op geloof was hij toen al op stap gegaan.

Na het geloof, waarover we spraken in de eerste viering en de wet in de tweede viering, horen we vandaag over de genade van God, die onze redding is. Wij mensen zijn kinderen van de genade.

Ik herhaal nog maar eens, nu we alles op een rijtje hebben gezet, de inzet van onze eerste lezing.

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt.
Aan zijn genade dankt u uw redding.

Amen.

Peter Werkhoven

 

40 dagen tijd 2003: 12 maart 2003: 

Dierbare medegelovigen,

Vanavond
in deze eerste meditatieve viering het verhaal van de beproeving van Abraham.
Het is voor deze tijd, het jaar 2003, een onvoorstelbaar verhaal.
“Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar op de berg , die ik u zal aanwijzen, als brandoffer op”.
Het is een verhaal van een vertrouwen dat Abraham in God moet hebben gehad, dat zijn weerga niet kent. Abraham dacht zijn God inmiddels een beetje te kennen, maar nu komt daar opeens die eis bij om zijn zoon te offeren.
In het oude Oosten was het kind offer een gewoon verschijnsel. In het oude testament kunnen we tal van voorbeelden vinden die toen gebruikelijk waren onder het volk Israël.
Het offeren van je eigen kind was een gebaar van vernedering en opoffering tegenover de Godheid, in een situatie van uiterste nood. Het was als het ware de uiterste vorm van het zich schikken in het bestaande systeem in de hoop het vege lijf te redden en de goden gunstig te stemmen Abraham werd geconfronteerd met deze heidense eis. Was zijn God dan toch niet anders dan al die andere afgoden.?
Maar Abraham besluit te blijven vertrouwen op de God die hem toekomst, ruimte en vrijheid had beloofd. Ook al moet hij zijn enige zoon Isaak daarvoor opofferen. Hij vertrouwt erop dat God op de een of andere manier zal voorzien in een uitweg.
Dat vertrouwen, dat wonderbaarlijke vertrouwen wordt niet beschaamd, horen we. God laat zien dat Hij anders is dan al die andere oosterse Goden. Hij hoeft geen mensen offer. Het enige dat God wil is vertrouwen.

Het lijkt alsof Hij wil zeggen: Vertrouw maar op mij, alles komt goed.
Ja maar, hoe zit het dan met…………en vul het zelf maar in. Met mijn gezondheid, mijn werk, hoe gaat het dan met mijn kinderen, mijn huis, mijn auto, kan ik dan nog wel met vakantie. Het spookt je allemaal door je hoofd en misschien nog wel meer.
Dat is vaak onze manier van denken onze weg om door het leven te gaan.
Want er is heel veel moed voor nodig om dat wat je het liefste is los te laten, en erop te vertouwen dat het goed komt.
Dat is de weg die Abraham ons vandaag voorgaat, de berg op. Eenmaal boven op die berg, een lange weg met veel hindernissen, daar ontmoet Abraham Jezus, die op hetzelfde spoor zit. Daar staan ook wij samen met de leerlingen. Ook wij ondervinden in ons leven vaak zaken die niet eenvoudig zijn. In gezin, werk en kerk.
Ook wij zoeken moed en vertrouwen, dat vertrouwen van Abraham om verder te kunnen in ons dagelijks leven. Om de problemen en de keuzes die we moeten maken aan te kunnen. Om die berg af te durven het dal in. Om al die vragen die op onze weg komen echt onder ogen te durven zien.

Als ik alle uitzicht heb verloren
En mij uit de nacht niets meer bevrijdt,
Wordt er in zijn schaduw het licht geboren,
Dat
mij op zijn schouders tilt en veilig leidt.

Zo lezen we straks in Psalm 23.

Dat we God, die van ons houdt en die ons vrij maakt, in deze veertig dagen tijd op het spoor mogen komen, in het voetspoor van Jezus.
Dat wat lijkt op nederlaag en dood, kan ons doen omkeren in het nieuw verbond.

AMEN.


Eelke Ligthart

Dierbare medegelovigen,

De
profeet Jesaja geeft in deze lezing aan dat God door het woord tot Hem spreekt.
“Met een woord wekt Hij mij in de ochtend, in de ochtend wekt Hij mijn oor, om als een leerling toe te horen.”
Ook tot ons richt God zijn woord. Misschien leest u wel eens in de Bijbel, in een moment van rust. Om je eens te bezinnen en daarna je gedachten eens te laten gaan, ver weg van het gehaast van elke dag.
Of misschien hoort u God’s woord in een viering die u meemaakt in de kerk hier of elders. Het woord van God wordt over ons uitgestort, steeds weer opnieuw.
Steeds dat verhaal over de liefde van God. Hoe we met onze naaste moeten leven, hoe we God kunnen ontdekken.

Maar hoe vaak gebeurt het ons niet dat het woord van God ons het ene oor ingaat en het andere oor weer uit. Want immers wat er buiten gebeurt, op de T.V., op ons werk, het slokt ons vaak volledig op. Het beheerst ons leven.
Want immers de maatschappij heeft ons nodig.
Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat wordt een groot deel van ons leven bepaalt door de maatschappij. En daar willen we toch bij horen, we willen er toch over meepraten.
Stel je voor dat je er niet meer bij hoort, dat je buiten de boot valt.
Maar zo zwart – wit is het natuurlijk niet. Het is een kwestie van keuzes maken in je leven. Waar ben ik goed in, waar kan ik mij inzetten in de maatschappij, in de kerk, want vind ik leuk enz.
Door zo te denken val je niet buiten de boot en sluit je a.h.w. een verbond met jezelf en met de mensen om je heen.
Zo is het ook met het woord van God. Durven we nog echt naar dat woord te luisteren? Of past het niet of nauwelijks nog in ons drukke bestaan?
Door naar Gods woord te luisteren, het in ons op te nemen en er van uit te willen leven, geeft namelijk consequenties. Soms moet je andere dingen voor laten gaan, prioriteiten stellen. Dat was in de tijd van Jesaja en dat is ook nu, in onze tijd, nog steeds zo. En dat stellen van prioriteiten, ook je oor openstellen voor dat woord van God, is moeilijk.
Maar Jesaja geeft ons geeft ons al een steuntje in de rug als hij zegt: De Heer God staat mij bij, daarom kom ik niet bedrogen uit, ik zal niet beschaamd worden.
Ook van Jezus weten we dat Hij buiten de groep viel. Hij de wil van God en viel daardoor bij velen buiten de boot. Hij heeft volledig de consequenties doorleefd, door te luisteren naar Gods Woord.

We staan aan de vooravond van de Goede Week, waarin we het lijden van Jezus, Zijn wanhoop, Zijn verlatenheid, en het toch volbrengen van Gods Wil, uitmondend in de kruisdood, gedenken.
Wij Christenen zeggen de Weg te willen gaan die Jezus ons is voorgegaan. Denkend aan de Goede week, denkend aan de consequenties van de Weg ten volle gaan, zouden we best de schrik in de benen kunnen krijgen en er voor terug deinzen. Komen onze prioriteiten dan niet in het gedrang?

Gelukkig weten we ons gezegend door Gods nabijheid. Ook als we onze eigen Goed week beleven.
Hij zal ons nooit te schande maken, en ons voor blijven gaan op onze weg, op Zijn Weg.
AMEN.

terug naar top