Schriftuitleg met
Cor Smit
Onze Vader
Het Onze Vader wordt wekelijks in de viering gebeden. Daarnaast bidden we
het spontaan en voor of na de maaltijd. Welke wortels kent het Onze Vader?
Was het een spontaan gebed of had Jezus voorbeelden? Alleen al het
woord "onze" komt vaak voor: in het zg. "Achttien gebed" bv.(bestaan de uit
19 gebeden!) wordt vaak van "ons" gesproken of in het "Alenoe Malkenoe"
(Onze God, Onze koning) gebed dat in de synagoge op sjabbatmorgen wordt
gebeden. NOE betekent ONS of ONZE. Het gebed kan bijna alleen in
gemeenschap gebeden worden.
En ALS men het eens alleen bidt is het als het ware alsof men het in
gemeenschap leest. De komende willen wij woord voor woord door het Onze
Vader gaan en de achtergronden daarmee voor U verklaren. Hieronder iets
over het woord "Vader".
Het vaderschap van God is geen vanzelfsprekendheid in het Eerste Testament.
Kijk maar naar de vraag van Mozes bij het brandende braambos: "Hoe is Uw
naam?": IK BEN DIE IK BEN". Om afgodendienst te voorkomen wordt spreken
over God als Vader met grote terughoudendheid gebezigd. God is vooral de
Bevrijder en Degene in wie men zijn vertrouwen uitspreekt.
In Jezus tijd was er een groepering("vromen, getrouwen" genoemd)die opviel
door een kinderlijke ongecompliceerdheid, vroomheid, vreugde, armoede en
een intieme en vrijmoedige omgang met God. Jezus moet beinvloed zijn door
deze groepering. Het volgende verhaal laat er iets van zien en wij
herkennen er het verhaal van de "bloedvloeiende" vrouw in, die de zoom van
de mantel van Jezus aanraakte en genas(Marcus 5,25-35):
Toen de wereld regen nodig had, zonden de geleerden kinderen naar Chanin,
de kleinzoon van de cirkelmaker. De kinderen grepen de zoom van zijn mantel
vast en zeiden:
Abba, abba(vader, vader) geef ons regen!
Hij sprak tot God: "Gebieder van de wereld doe het omwille van deze hier
die nog niet kunnen onderscheiden tussen een abba die regen kan geven en
een abba die geen regen kan geven."(b.Taaniet 23b)
Het gebed tot God de Vader is geen sleur maar zaak van het hart!
"De biddende moet zijn
hart openen en richten tot zijn Vader in de hemel", zegt de Talmoed.
In de Spreuken der Vaderen wordt de mens opgeroepen met al zijn talenten God's
wil te doen:
"Wees dapper als een luipaard, licht als een adelaar, snel als een hinde en sterk als een leeuw,
om de wil van je Vader in de
hemel te doen.
Als de diepste drijfveer voor het handelen de wil is te doen van de Vader in de
hemel,
dan kunnen studie, gebed en gerechtigheid niet gericht zijn op eigen belang en opportunisme.
Het juk van het koningschap en van de geboden (in de bijbel) kan ook een
worsteling met de
eigen verlangens betekenen.
De volgende tekst wil laten zien dat het doen van God's wil niet altijd hoeft
samen te gaan
met wat men zelf al wilde: Rabbi Aleazar ben Azarja zei: "Men moet niet zeggen:
Ïk verlang er niet naar om gemengde stoffen te dragen of met een vrouw die mij
verboden is omgang te hebben of om varkensvlees te eten. Zeg liever: Ik verlang
er w e l naar maar hoe zou ik het kunnen doen als mijn hemelse Vader het me verbiedt?
In het Achttiengebed wordt gebeden: "Doe ons omkeren, onze Vader,
tot uw Tora(de vijf boeken van Mozes), uw onderricht en breng ons nader,
onze Koning, tot uw dienst en voer ons in volledige omkeer terug tot voor uw aangezicht.
Gezegend Gij Heer
die omkeer wilt."
In oudtestamentische zin is de Eeuwige Vader en Koning. Van tijd tot
tijd zijn wij kind en
dienaar van de Eeuwige. God's naam is program voor de mens. God's koningschap
verwijst naar de
opdracht van de
mens om de wereld te vervolmaken. De mens moet zich realiseren dat de
Koning rechtspreekt
over zijn onderdanen
en ook van hem verantwoording over zijn daden vraagt.
Zoals God trouw, barmhartig en vergevingsgezind is moet ook de mens
vergevingsgezind,
trouw en barmhartig zijn. Dan kunnen vaders zeggen wat God tot Israel zegt:
"Jullie zijn de kinderen en Ik ben de Vader. Het is heerlijk voor de vader om bij de kinderen
te zijn en heerlijk voor de kinderen om bij de vader te zijn."
Onze Vader die in de hemelen zijt. Waarom staat hier hemelen? Het staat zo
in de Griekse tekst in Matteüs. Dit ook, omdat in het Hebreeuws ‘hemel’ een meervoud
is, net als water, dat wij kennen in het jiddische ‘majem’.
In de tijd van Jezus was er een rabbi, Akiba, die op de vraag wie de overtredingen van Israël
reinigt antwoordde: ‘Uw Vader in de hemelen’.
Eigenlijk is het geen meervoud, maar een tweevoud; Vanuit het scheppingsverhaal zouden
er twee (!) hemelen zijn: één zichtbare – het firmament met de luchten, de wolken,
de zon de maan en de sterren, waaruit ook de regen valt, en de eigenlijke,
voor ons onzichtbare hemel, daar waar God woont.
Onze Vader(3)
Als wij Uw rijk kome bidden gaat het om het koningschap van God. God vraagt de mens om de schepping te vervolmaken. Om de joodse achtergrond een beetje te begrijpen, het volgende verhaal:
“Voordat God de wereld schiep was er niets dan God en Zijn grote Naam en God vatte het plan op om de wereld te scheppen. Hij onderzocht een geschikt fundament maar de wereld kon geen stand houden. Waarop lijkt dit? Op een koning die een paleis bouwt. Als hij geen goed bouwplan heeft en goede fundamenten heeft, begint hij niet te bouwen. Zo was de Heilige, Hij zij geprezen, eerst bezig met bouwen en fundamenten en de wereld hield geen stand totdat Hij de omkeer schiep.
En God raadpleegde de Tora(de eerste vijf boeken van de bijbel), de Wijsheid, om hiermee de wereld te scheppen. De Tora zei: ‘Heer der werelden, als er geen onderdanen zijn voor de koning en er is geen nederzetting, waarover is hij dan koning? En als er geen mensen zijn die hem prijzen, waar is dan de glorie van de glorie van de koning?’ De Heilige, geprezen zij Hij, hoorde dit en het deed Hem plezier!”
De vorige keer ging het over de schepping van de omkeer en de betekenis daarvan voor ons en de geschiedenis.
Een schrijver heeft daarover nagedacht en daar zouden we eens wat langer over kunnen nadenken. Het gaat over God, mens en wereld in hun onderlinge relaties van schepping, openbaring en verlossing, die ons als christenen aan zou moeten spreken. Zij vormen de dragende kracht van de geschiedenis en krijgen pas in hun verbondenheid betekenis.
Franz Rosenzweig schreef deze tekst, nadat hij besloten had geen christen te worden:
God zelf,
als we Hem willen begrijpen, verbergt zich.
De mens, ons zelf
sluit zich af.
De wereld
wordt tot een zichtbaar raadsel.
Pas in hun relaties
Pas in Schepping, Openbaring en Verlossing
tonen ze zich.
Het koningschap van God verwijst naar de geschiedenis, de bevrijding uit de slavernij en de openbaring van de geboden en daarmee naar een gebed in de synagoge: het Sjema gebed, Hoor Israël, hoor. Dit gebed staat vlak voor de Tien Woorden(geboden zeggen wij), waarvan de rabbijnen in de tijd van Jezus zich afvragen waarom die niet aan het begin van de bijbel staan, in plaats van het scheppingsverhaal. Daarover een parabel:
“Waarop lijkt dit? Op een koning die een land binnenkwam. Hij vroeg aan de mensen: ‘Mag ik jullie koning zijn?’ De mensen zeiden: ‘Wat heb je dan voor goeds voor ons gedaan, dat je over ons zal regeren?’ Wat deed de koning? Hij bouwde een stadswal, zorgde voor watertoevoer en verdedigde het volk tegen hun vijanden. Toen vroeg hij: ‘Mag ik jullie koning zijn? En het volk zei: ‘Ja, ja!’ Zo ook de Allerhoogste: Hij leidde de Israëlieten uit Egypte, deelde de zee in tweeën, zorgde dagelijks voor hen met manna enz. En toen zei God: ‘Ik zal jullie Koning zijn’. En zij zeiden tot Hem: ‘Ja, ja!’ (Mechilta op Ex. 20,2, waar de Tien Woorden staan)
Het doen van de geboden van God is als vanzelfsprekend een erkenning van het zorgend en bevrijdend handelen van God in de geschiedenis.
Cor Smit
Onze Vader(4)
Het komen van het koninkrijk gaat natuurlijk over een van de belangrijkste fundamenten van Gods koningschap: de Messiaanse verwachting. Messianisme is uiteindelijk de spanning vol te houden tussen de kennis dat men het niet allemaal zelf hoeft te doen en aan de andere kant dat men geen houding van berusting kan aannemen: “Het zal mijn tijd wel duren”. In de Spreuken der Vaderen staat:
“Je hoeft het werk niet af te maken, maar je mag er ook niet mee ophouden”(Av. 2,21). Messianisme is: maximale verantwoordelijkheid voor naast maximale openheid voor het falen van de mens en voor afhankelijkheid van Gods zorg; een heilig ongeduld en tegelijkertijd weten te wachten en verwachten.
In het kaddisj-gebed is Gods koningschap al verbonden met een dringende bede om een snelle vervulling:
Moge Hij Zijn koninkrijk vestigen
In uw leven en in uw dagen
En in het leven van het hele huis Israël
Snel en in nabije tijd
Uit de context van het onze Vader blijkt, vooral Mattheüs blijkt dat het Onze Vader onder Messiaanse hoogspanning staat. In de liturgie wordt gebeden of wij deze spanning willen vertalen:
“Verlos ons, Heer van alle kwaad, geef vrede in onze dagen….
Dit heeft natuurlijk ook te maken met de (weder)komst van de messias, waarover vele verhalen te vertellen zijn, daarbij gaat het om het “nu”, wat kunnen wij vandààg nog doen. Het volgende verhaal laat ons daar iets van zien:
Rabbi Joshoea ben Levi ontmoette eens Elia bij het graf van Rabbi Simon bar Jochai. Hij vroeg aan Elia: “Wanneer zal de messias komen?” (Elia is immers de voorloper van de messiaaanse tijd) “Ga en vraag het hemzelf”was zijn antwoord. “Waar is hij te vinden?” vroeg Joshoea. “Bij de poort van Rome”.
“En hoe kan ik hem herkennen?” “Hij zit tussen de arme melaatsen: allen maken hun windsels los, wassen hun wonden en leggen hun windsels weer aan, maar hij maakt elk windsel apart los en maakt hem weer vast vòòr de volgende, want hij denkt: Mocht ik nodig zijn, dan mag ik niet opgehouden worden, (als ik alle windsels eerst nog aan moet leggen). Joshoea ben Levi ging naar hem toe en vroeg: “Vrede zij U, meester en leraar. Wanneer komt U?” “Vandaag”, antwoordde hij. Joshoea keerde terug naar Elia en zei: “De messias heeft onwaarheid gesproken. Hij zei Ik kom vandaag, maar hij is niet gekomen”. Elia antwoordde: “Dit is wat hij bedoelde. Hij citeerde de psalm: “Vandaag, als je luistert naar zijn stem”(ps. 95, 7) (Sanhedrin 98a)
Vergelijk dit verhaal met de verborgenheid van de mensenzoon in Mattheüs 25,31-46. Door te zoeken naar de Messias raken wij betrokken bij zijn program:
Zieken bezoeken, gevangenen bevrijden, hongerigen voeden. Geen idealen, maar praktische richtlijnen voor vandaag!
Cor Smit
De tragedie in Madrid en de bijbel.
Na de gebeurtenissen in New York twee en een half geleden schreven wij een stuk dat aansloot bij de de gebeurtenissen van toen over Deuteronomium 28. Na de gebeurtenissen in Madrid lijkt dat weer actueel en enigszins bewerkt treft U het hieronder weer aan.
Zulke gebeurtenissen als in New York maken een mens onzeker. Wat moet men ervan denken en over al die deskundigen die er hun woordje over doen. Aan de andere kant: Waarom wordt er geen minuut stilte gehouden voor al die slachtoffers in Ruanda (bijna een miljoen), andere oorlogen die dagelijks doorgaan, in het verkeer (80.000 per jaar in Europa), slachtoffer van honger, ziekte enz. over heel de wereld? Er lijken meer vragen dan antwoorden.
Deuteronomium 28, dat uit 68 verzen bestaat, is te verdelen in twee stukken. Vs. 1 t/m 14 bestaat uit de zegeningen die de Levende de mensen zal geven, als ze naar de Levende luisteren: "Luister aandachtig naar de Levende, Je God, en breng alle geboden die ik je vandaag opleg, nauwgezet in praktijk (..). Ja, als je naar Hem luistert, zul je al Zijn zegeningen ervaren(vs. 1en 2) Dan volgen de zegeningen: voor de stad waar men woont; voor het nageslacht van jezelf en je veestapel; voor de oogst; voor als je onderweg bent; enz.
In vs 15 volgt een vermaning, tochecha in het hebreeuws: "Wanneer je niet luistert naar de stem van de Eeuwige, Je God". Dan volgt een lijst van rampen die onthutsend is in zijn actualiteit. Wat hier staat is meer dan "poëzie" of grandioze retoriek. Voor ieder die enige kennis heeft van de Sjoa(holocaust) zou dit moeten gelden. Het is de weerslag van een grimmige werkelijkheid. Daarover is voor de Sjoa reeds nagedacht, zoals door Isaac Breuer. Hij wist, met anderen, dat zowel de 'vermaningen' als de 'beloften' ernstig genomen moeten worden.
"De wereld waarin wij leven biedt geen enkele zekerheid. Alles is mogelijk en dus conditioneel(aan voorwaarden gebonden), en voor een groot deel afhankelijk van wat wij doen of niet doen. Het sleutelwoord voor onze overlevering blijft, wat het was in de Tora: Een kort woordje met maar enkele letters: a l s . . ."
A l s we luisteren, a l s we niet luisteren... Wat eeuwenlang is gezien als een onheilspellende waarschuwing aan zondaars, leest vandaag als een catalogus van hedendaagse verschijnselen, waarover de media dagelijks melden: Bloedige oorlogen(vs. 25) besmettelijke ziekten( 21-22), honger (48), rampzalige klimaatsveranderingen(24), onveiligheid op de weg(19), falende opvoeding(32), afbraak van het gezinsleven(30), invasies vanuit verre landen(49), onbeheerste jaloezie(33), verbanning(36) en vervreemding (29). (naar TeNaCHon over de Tora blz. 426, 1987) Misschien is het goed dit hoofdstuk eens helemaal door te lezen in het licht van de gebeurtenissen die ons vandaag de dag zo bezighouden.
Cor Smit.
Zie toch, hoe goed en schoon, als broers en zusters samen te
wonen.
Zo begint Psalm 133. Wij merken echter iedere dag weer hoe moeilijk dat
is. In onze bijbel gaat het vaak over meningsverschillen. De vraag is HOE
wij met meningsverschillen omgaan.
In de geschiedenis van het Eerste Testament en in commentaren daarna
wordt geleerd dat men van mening moet verschillen om tot eenheid
te komen.
De term die daarvoor gebruikt wordt, en die Jezus gekend zal hebben,
betekent zoiets als: De Tora(de vijf boeken van Mozes, de eerste vijf
boeken van de bijbel), waar ook het Nieuwe Testament zich op baseert,
komt pas tot zijn volle wasdom door interpretatie, door discussie over
de betekenis van die Tora. Deze discussies zijn nauwkeurig bewaard
gebleven in vele boeken. Zij zijn van belang omdat ALLE meningen
in de toekomst nog wel eens van belang zouden kunnen zijn.
In de tijd van Jezus waren twee scholen: die van Hillel
en die van Sjammai. Over het algemeen ging de
mening volgens Hillel, omdat hij milder zou
zijn, de mening van Sjammai zou strenger
zijn. Zij waren echter goede vrienden, familie en vrienden vierden
feest, trouwden met elkaar enz.
Over twee manieren van omgang met meningsverschillen zegt een uitleg:
Elk meningsverschil omwille van de hemel zal
uiteindelijk standhouden, en wanneer het niet omwille van de hemel is,
dan niet. Wat is een meningsverschil omwille van de hemel? Het
meningsverschil tussen Hillel en Sjammai. En een meningsverschil niet omwille van de
hemel? Dat is het meningsverschil van Korach
en de zijnen.(Avot 5,17)
(Korach was een man die met een groep in
opstand kwam tegen Mozes en Aäron: Numeri 15,1-16,15. Hieruit is de discussie over
meningsverschillen begonnen.)
Een andere uitleg legt er de nadruk op dat soms het ene argument van
toepassing is en soms het andere, omdat de situatie steeds verandert.
Nog een andere: Juist de veelheid van visies verrijkt de wijsheid. Alle
visies zijn nodig voor het bouwen van het huis van de vrede.
Zie toch, hoe goed en schoon, als broeders en zusters samen te wonen
Lang voordat in Jerusalem het heiligdom
gebouwd werd, was er op die plaats een akker, het bezit van een vader
met twee zonen. Gedrieën bewerkten ze de akker. Toen de vader
overleed, besloten de broers het veld niet verdelen, maar het samen te
blijven bewerken. De ene broer had vrouw en kinderen, de ander was alleen.
N a de eerste oogst verdeelden ze de opbrengst. Ieder bracht zijn
aandeel naar de graanschuur Die nacht konden ze geen van beiden slapen.
De ongetrouwde broer verweet zich dat het toch niet rechtvaardig
was, dat hij alleen evenveel zou krijgen als zijn broer met zijn hele
gezin. En hij besloot een deel van zijn helft diezelfde nacht nog te
brengen naar de schuur van zijn broer.
Diezelfde nacht verweet de getrouwde broer zich dat het toch niet
rechtvaardig was de helft van de oogst op te eisen voor zich en zijn
gezin. Zijn broer was immers alleen en wanneer hij oud was, zou hij
niemand hebben om voor hem te zorgen. En hij besloot diezelfde nacht
nog van zijn helft een deel te brengen naar de schuur van zijn broer.
Midden tussen beide schuren ontmoetten ze elkaar. Vol ontroering
omhelsden ze elkaar. De Heilige, Hij zij gezegend, zag hun
verbondenheid, en zei: Op de plaats waar de broers zò
met elkaar omgaan, wil ik wonen. Daar wil God Zijn heiligdom gebouwd
zien: Maak me een heiligdom, zodat Ik kan wonen in hun midden!(Ex.
23,8)
Cor Smit
'Neergang' en 'opgaan'
als slinger in de geschiedenis van de Twaalf Stammen’
Het boek Bersjiet, Genesis, eindigt op vier sjabbatten met het verhaal van Joseef" Vele schrijvers hebben voor hun romans/geschriften gebruik gemaakt van dit verhaal: Mohammed, Voltaire, Thomas Mann e.a.
Wij vertellen het bredere verhaal.
Als Abraham bij het 'verbond tussen de stukken'(Hij moet dieren doorsnijden en de stukken tegenover elkaar leggen[Gen 15)het land Kena 'an beloofd wordt, dan zal dat echter pas in de toekomst gebeuren: 'het vierde geslacht zal hierheen terugkeren'(Gen15,16).
Met het begin van het verhaal van Joseef(Gen 37e.v.) begint dit waar te worden. Met de twaalf zonen is de kiem van het volk geplant en gaat het verhaal in één dynamische stroom door naar het centrale thema van het tweede boek van de
Tora: naar de Uittocht en naar de Sinai.
In het hele verhaal zijn twee polen aliya, 'opgang', en jerida, 'neergang', één van de hoofdmotieven.Het is een hoofdmotief in zowel geestelijke als fysieke zin. 'Neergaan' is tevens de term voor het wegtrekken uit het beloofde land en 'opgaan' voor het terugkeren daarnaar. Als een rode draad loopt het motief door het verhaal heen: de 'neergang' van de stammen naar Egypte,
waaruit het als volk weer zal 'opgaan'. De broers laten Joseef afdalen in de put, en wordt hij er weeruit opgehaald, dan daalt hij af naar Egypte, waar hij weer opgaat in het huis van Potifar, afdaalt in de gevangenis, en opnieuw opgaat aan het hof van de Farao.
De broers dalen door honger gedreven af naar Egypte, worden daar vernederd, gaan weer op naar Kena'an -en dit gebeurt verschillende keren tot Ja'akov en de broers voor langere tijd in Egypte blijven. De droom blijft de terugkeer. Ja'akov wordt in Kena'an begraven en de broers moeten ..Ioseefbeloven zijn gebeente 'te laten opgaan'.
Het hoofdthema van het verhaal is echter: het laten voelen van de leiding van God in de geschiedenis. Iedere persoon handelt zoals mensen handelen, gedreven door dromen, voorkeur en haat. Uit al de vrije keuzen echter weeft de Goddelijke voorzienigheid haar plan, dat onherroepelijk uitmondt op Sinai. Al dit op- en neergaan volgt ook de de wetmatigheid van de Goddelijke gerechtigheid: op verkeerde daden volgt neergang, op verhoging vernedering, die door omkeer weer tot opkomst leidt.
Een van de hoofdmotieven is natuurlijk de droom. Het lijkt alsof Joseef op een eigenaardige manier weet krijgt van God's leiding in de geschiedenis. Hij laat zich leiden door zijn dromen, manipuleert zijn broers zo dat zijn jeugddromen waarheid worden.
Uiteindelijk begrijpt hij dat hij, met zijn broers, onder een hogere regie heeft gestaan. Ja'akov weetniet waar hij Joseef heen stuurt. Joseef niet waar de gebeurtenissen hem voeren. De broers weten niet waar Joseef terechtkomt en ze vermoeden maar weten niet welk spel hij met hen speelt. En ze werpen zich voor iemand van wie ze niet weten wie hij is. Maar Joseef beseft(45,8):
'Niet jullie hebben me hierheen gestuurd, maar God'. en na de dood van Ja'akov is hij duidelijker(50,20): 'Jullie hebben gedacht mij kwaad aan te doen, God heeft het echter ten goede gedacht'.
In de Talmoed wordt op verschillende plaatsen op het belang van dromen gewezen:
'Een droom die niet wordt uitgelegd, is als een brief die niet wordt gelezen.'(bBerachot 55a). 'Een droom is één zestigste profetie.'(bBerachot 57,2)
(Naar TeNaCHon over de Tora, 117-118)
De kern van het boek Exodus: De Tien
Woorden
Het boek Exodus (Sjemot = Namen naar het eerste woord waarmee het boek in het hebreeuws begint), dat in deze tijd in de synagoge gelezen wordt, gaat over de Uittocht en het boek is in drie delen op te splitsen:
1, De verlossing (hfst. 1-17): De Eeuwige voert Israêl uit de egyptische slavernij.
2. Het Verbond (hfdst. 18-24): De Eeuwige sluit een verbond met Israël, opdat het voor Hem zal zijn leen koninkrijk van priesters en een heilig volk'(Ex. 19,6), 3, De bouw van een woning (hfdst. 25-40): waar God kan verwijlen om het volk te leiden op zijn weg.
Centraal in het tweede stuk, het Verbond, staan de Tien Woorden, door ons meestal Tien Geboden genoemd, Ze staan in Exodus 20, 1-14, Dat we beter kunnen spreken van Tien Woorden blijkt uit het feit dat er méér geboden in staan dan tien, leest U maar na! U kunt zelfs constateren dat U niet eens precies kunt vaststellen hoéveel geboden er precies in staan.
Het gaat natuurlijk om tien fundamentele beginselen waarop het verbond dat de Eeuwige met Zijn volk sluit is gebaseerd. Men spreekt ook van Tien Woorden om duidelijk te maken dat meer dan deze tien geboden op de berg Sinaï gegeven zijn en de overige minder belangrijk zouden zijn voor de joden. Volgens de overlevering zouden alle geboden op de Sinaï zijn gegeven door de Eeuwige. Het is zelfs zo dat men ervan uitgaat dat de hele schriftelijke traditie (de vijf boeken van Mozes: Genesis, Exodus,Leviticus, Numeri en Deuteronomium) én de mondelinge traditie (de uitleg bij de vijf boeken van Mozes) op de Sinaï
gegeven zouden zijn.
De Tien Woorden komen nog een keer voor in de vijf boeken van Mozes: Deuteronomium 5,6-21, Daar is een iets andere redaktie te zien dan in Exodus 20. Als U ze naast elkaar legt ziet U deze verschillen zelf: Er worden synoniemen gebruikt (gedenk-onderhoud); de volgorde van de woorden is anders; Deuteronomium heeft meer details.
Wat de inhoud betreft kunt U verschillen vinden bij o.a. de voorschriften over de sjabbat en die over het eren van vader en moeder.
In Deuteronomium herinnert Mozes het volk aan het gebeurde op de Sinaï. Hij doet dat met andere woorden, zoals de Tora (de vijf boeken van Mozes) dat steeds doet als er iets herhaald wordt.
Helaas is het zo dat vertalingen deze verschillen vaak niet laten zien. Juist deze verschillen gaven en geven aanleiding tot uitleg en verklaring, waarvan er dan ook vele zijn.
Hier volgen de verschillen van het gebod over het eren van vader en moeder:
Exodus 20,12:
Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen lang mogen zijn op de grond, die de Eeuwige, uw God, u geeft.
Deuteronomium 5,16:
Eer uw vader en uw moeder, zoals de Eeuwige, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen lang mogen zijn en opdat het u welga op de grond, die de Eeuwige, uw God, u geeft.